Athena

Toen het vuur dichtbij kwam

De brand begon op vrijdag 14 augustus in de Fagne des Deux-Séries, op het grondgebied van Baelen. Door de uitzonderlijke droogte, de verdorde vegetatie, een wisselende wind en het moeilijk toegankelijke terrein breidde het vuur zich snel uit.

Vanop Athena Le Perron was de brand duidelijk zichtbaar. Het vuurfront bewoog richting Sourbrodt en Waimes, terwijl de rook boven onze volledig bezette camping steeds dichter werd.

Sommige gasten vertrokken meteen, anderen in de dagen daarna. Toen de luchtkwaliteit te slecht werd, besloten we om de camping te sluiten. Uiteindelijk bleef Le Perron een week dicht. Een plek die normaal rust en frisse lucht biedt, werd plots ongezond en onbereikbaar.

Midden in het zomerseizoen viel de camping volledig stil. Dat contrast zal ons nog lang bijblijven.

Een brand die weken bleef smeulen

Het vuur trof zo’n 3.400 hectare bos, heide en veen en werd daarmee de grootste natuurbrand uit de recente Belgische geschiedenis. Onder meer de Fagne des Deux-Séries, Grande Fagne en Fagne Wallonne werden getroffen, samen met verschillende natuurgebieden richting de Duitse grens.

De grootste natuurbrand uit de recente Belgische geschiedenis.

Nadat de open vlammen verdwenen bleef de brand ondergronds voortleven. In veen- en heidebodems kan vuur zich via wortels en organisch materiaal verplaatsen en dagen of weken later opnieuw oplaaien. Eind augustus en begin september ontstonden plaatselijke heropflakkeringen.

Dat maakt veenbranden bijzonder moeilijk te bestrijden. Aan de oppervlakte lijkt het gevaar soms geweken, terwijl in de bodem nog steeds brandhaarden aanwezig zijn. Hulpdiensten en natuurbeheerders bleven daarom wekenlang actief in het gebied.

Hoe kon een nat gebied zo brandbaar worden?

In de podcast DS Vandaag van De Standaard werd een belangrijke vraag gesteld: hoe kon een van de natste gebieden van België zo hevig branden? De hete zomer speelde een belangrijke rol, maar verklaart niet alles.

Grote delen werden vroeger ontwaterd voor turfwinning, bosbouw en andere menselijke activiteiten.

Grote delen van de Hoge Venen werden vroeger ontwaterd voor turfwinning, bosbouw en andere menselijke activiteiten. Daardoor verloor het veen plaatselijk een deel van zijn natuurlijke sponswerking.

Wanneer langdurige droogte, hoge temperaturen en wind samenkomen in een landschap dat minder water kan vasthouden dan normaal, neemt het brandgevaar sterk toe.

In delen van de Hoge Venen worden al meer dan dertig jaar afwateringsgrachten terug gedicht en veen- en heidegebieden opnieuw vernat. Uit de eerste vaststellingen blijkt dat verschillende van die herstelde zones beter weerstand boden tegen het vuur.

De brand toont dus waarom natuurherstel niet alleen belangrijk is om zeldzame planten en dieren te beschermen maar ook om het hele landschap weerbaarder te maken.

Niet overal dezelfde schade

In onderzochte delen van de Fagne Wallonne verbrandde vooral de bovengrondse vegetatie, terwijl de onderliggende veenlaag grotendeels behouden bleef. Op sommige plaatsen overleefde het veenmos en begon het veenpluis alweer uit te lopen.

Elders is de schade veel groter. In gedegradeerde heidezones brandde de bodem plaatselijk weg tot op de kleilaag. Heidevegetatie, insecten, schuilplaatsen voor dieren en recreatieve infrastructuur verdwenen.

De eerste groene scheuten betekenen nog geen volledig ecologisch herstel. Grassen en berken kunnen verbrande zones snel koloniseren en zo de typische vegetatie verdringen. Verder onderzoek moet uitwijzen waar de natuur zichzelf kan herstellen en waar opnieuw vernatten of ander actief beheer nodig blijft.

Duizend jaar natuur in één meter veen

De Hoge Venen vormen het grootste hoogveen- en heidegebied van België en een belangrijk restant van dit landschapstype in West-Europa.

Hoogveen ontstaat bijzonder langzaam. In een natte, zuurstofarme bodem wordt afgestorven plantenmateriaal niet volledig afgebroken. Zo groeit het veen laagje na laagje, gemiddeld nauwelijks één millimeter per jaar. Een veenpakket van één meter kan daardoor ongeveer duizend jaar natuurgeschiedenis bevatten.

Veen houdt grote hoeveelheden water vast en geeft dat geleidelijk af aan beken en rivieren. Het helpt zowel droogte als plotselinge piekafvoer te temperen. Daarnaast slaat het koolstof op en vormt een uniek leefgebied voor bijzondere planten, insecten en vogels.

Een uniek leefgebied voor bijzondere planten, insecten en vogels.

Na de overstromingen van juli 2021 en de brand van augustus 2026 wordt opnieuw duidelijk dat gezond veen ook een vorm van natuurlijke bescherming is. Het helpt de biodiversiteit én de dorpen en steden stroomafwaarts.

Het korhoen als graadmeter

Het korhoen is een van de meest speciale bewoners van de Hoge Venen. Het gaat om de laatste Belgische populatie van deze zeldzame vogel. De bijna zwarte mannetjes, herkenbaar aan hun rode wenkbrauwen en liervormige staart, verzamelen zich in het voorjaar op gezamenlijke baltsplaatsen. De bruingestreepte vrouwtjes vallen veel minder op, om veilig te kunnen broeden.

Het korhoen heeft een gevarieerd landschap nodig met open heide, veen, lage begroeiing en voldoende beschutting. De kuikens zijn tijdens hun eerste levensweken bovendien afhankelijk van insecten en andere kleine ongewervelden. Precies die combinatie van ruimte, voedsel, rust en bescherming werd steeds schaarser.

In 2017 waren in de Hoge Venen nog slechts twee mannetjes en één vrouwtje bekend. Om te voorkomen dat de soort in België zou uitsterven, begonnen de Universiteit van Luik en het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen een versterkingsprogramma. Korhoenders uit Zweden werden overgebracht om de populatie opnieuw groter en genetisch sterker te maken.

Toch blijft het programma bijzonder kwetsbaar. Van de vogels die tussen 2018 en 2024 werden uitgezet, overleefde ongeveer een kwart het eerste jaar. De belangrijkste vastgestelde doodsoorzaak: roofdieren.

Deze zeldzame vogel heeft dit specifieke, gevarieerde landschap nodig.

De precieze impact van de brand op het korhoen is nog niet bekend. Op basis van de beschikbare signalen van de exemplaren die een gps-zender droegen, vermoeden onderzoekers dat minstens de helft van de populatie de brand overleefde.

De grootste gevolgen worden mogelijk pas later zichtbaar. De overgebleven vogels moeten uitwijken naar kleinere, niet-verbrande gebieden. Daar kunnen ze meer hinder ondervinden van wandelaars en honden en komen ze dichter bij bosranden, waar het risico op predatie groter is.

Als de soort zich opnieuw zelfstandig kan handhaven, betekent dit dat ook het landschap voldoende gezond, open, rustig en voedselrijk is. Het korhoen vormt een graadmeter voor het herstel van het hele veen- en heidegebied.

Een bredere Europese waarschuwing

De ingrijpende gebeurtenis in de Hoge Venen staat niet op zichzelf. Onder andere Frankrijk, Spanje, Portugal en Griekenland kregen deze zomer te maken met zware natuurbranden. Die ontstaan rechtstreeks of onrechtstreeks door menselijk handelen.

Zware natuurbranden ontstaan rechtstreeks of onrechtstreeks door menselijk handelen.

Klimaatverandering veroorzaakt niet noodzakelijk de eerste vonk, maar vergroot wel het risico. Hogere temperaturen drogen bodem en vegetatie sneller uit, hittegolven worden intenser en het brandseizoen duurt langer. Daardoor kan een klein vuur zich sneller verspreiden en wordt het moeilijker te bestrijden.

In de Hoge Venen kwam daar de historische ontwatering van het landschap bovenop. De verstoorde waterhuishouding maakte een gebied dat normaal veel water vasthoudt toch brandbaar tijdens een uitzonderlijk droge zomer.

De eerste tekenen van herstel

Tussen de verbrande vlaktes zijn inmiddels de eerste tekenen van herstel zichtbaar. Veenpluis loopt opnieuw uit, plaatselijk bleef veenmos gespaard en dieren worden weer waargenomen in en rond de gespaard gebleven delen van het gebied.

Vooral de eerder herstelde en opnieuw vernatte zones lijken relatief goed stand te hebben gehouden. Dat is een belangrijke les van deze brand: natuurherstel biedt geen absolute bescherming, maar kan wel het verschil maken tussen oppervlakkige schade en het verlies van een volledig ecosysteem.

Zorgvuldig bekijken waar de natuur spontaan kan herstellen en waar actief ingrijpen nodig is.

De komende jaren moet zorgvuldig worden bekeken waar de natuur spontaan kan herstellen en waar actief ingrijpen nodig is. Tegelijk zijn goede waarschuwingssystemen, aangepast blusmateriaal, evacuatieplannen en samenwerking over de landsgrenzen heen noodzakelijk.

Koesteren wat behouden bleef

Bij alle beelden van vuur en verbrande natuur mogen we niet vergeten dat een groot deel van de Hoge Venen buiten het brandgebied bleef. Alleen de getroffen en omliggende zones blijven om veiligheids- en herstelredenen afgesloten. Bezoekers die de plaatselijke signalisatie respecteren, kunnen de regio dus nog altijd op een verantwoorde manier ontdekken.

De Ardennen en de Warchevallei behouden sowieso hun bijzondere afwisseling van bossen, rivieren, beekdalen, rotsen, weilanden, heide en veen. Dat maakt de brand niet minder ernstig. Het toont vooral hoe waardevol het landschap is dat gespaard bleef.

Van overheden vraagt dit blijvende investeringen in natuurherstel, waterbeheer, klimaatbeleid en brandpreventie. Van bezoekers vraagt het dat zij toegangsverboden respecteren en zorgvuldig omgaan met sigaretten, barbecues, machines en andere mogelijke ontstekingsbronnen.

De regio ontdekken op een verantwoorde manier.

Natuur is geen onveranderlijk decor. Ze wordt mee gevormd door onze keuzes over waterbeheer, bosbouw, landbouw, recreatie en bescherming. Wandelen, fietsen en kamperen kunnen mensen dichter bij de natuur brengen, maar vragen ook respect voor kwetsbare zones en voorzichtigheid met vuur.

Voor Athena Le Perron vormen de Hoge Venen, de Ardennen en de Warchevallei een belangrijk deel van wat mensen hier zoeken: rust, ruimte en verbondenheid met de natuur. De brand maakte duidelijk hoe kwetsbaar dat landschap is. Daarom moeten we niet alleen herstellen wat verloren ging, maar vooral beter beschermen wat behouden bleef.

Meer over de Hoge Venen